REACTIE RIA HAAGSMA op vragen van de studenten van de Academie van Bouwkunst Rotterdam n.a.v. het informatiecentrum
- in hoeverre is het een tijdelijk iets. in het regieboek staat namelijk vermeld dat er een permanent informatiecentrum op de maasvlakte zou komen, als onderdeel van drie (stad, botlek, en maasvalkte). dat zou betekenen dat er niet alleen info over de bouw van de 2e maasvlakte moet zijn, maar ook in het algemeen over dat deel van de haven. Moet het informeren over de maasvlakte 2 of heeft het als functie de aankomst en het vertrek van de grote zeereuzen te kunnen volgen [regieboek buitenruimte] en daarover te informeren? Of moet het de haven in totaal kunnen verbeelden/ weergeven? En hoe is deze visie uiteengezet?
Dit is een lastige vraag. De huidige situatie is zo dat er een voorstel ontwikkeld wordt voor drie zaken:
1. een bezoekerscentrum voor MV2
2. tijdelijke evenementen op gebied van sport, kunst, cultuur en natuur op en rond MV2
3. een zgn. ‘havenexperience’.
AD1 inmiddels is duidelijk dat we met een aantrekkelijk bezoekerscentrum 50.000 + bezoekers per jaar kunnen verwachten. Het moet dan voldoen aan voorwaarden als goede bereikbaarheid, meer kunnen doen dan alleen kort bezoek expositie, horeca.
AD2 dit gaat om activiteiten als trainingen voor NOC voor beachsporten, wedstrijden, crossraces, zeilwedstrijden, vliegerwedstrijden, voorstellingen (muziek, toneel, dans), etc.
Ad4 Dit is een concept waarbij een aantal locaties in en om Rotterdam die binding hebben met / iets vertellen over de haven, elkaar aanvullen en met een goede logistiek met elkaar verbonden worden. Soort opstapsysteem. De intentie is een nieuwe centrale locatie te vinden om het havenbeeld ‘neer te zetten’ dan wel dit te doen in een bestaande locatie. Nr 2 biedt veel mogelijkheden en is zeker uitvoerbaar. Nr 1 ook. Maar hoe precies de omvang wordt hangt af van de haalbaarheid van 3. Blijkt deze niet haalbaar (niet voldoende medewerking andere partijen, te hoge kosten, etc.) dan zal de thematiek van 1 zeker worden uitgebreid met meer algemene havenaspecten. Maar hoofddoel van het bezoekerscentrum zal ook dan zijn op een aantrekkelijke en leerzame manier te informeren over Maasvlakte 2, de natuurcompensatieprojecten en de werkwijze voor de aanleg. Eind dit jaar wordt beslist over de haalbaarheid van de ‘experience’. Ik besef dat je er niet veel mee op schiet zo. Misschien is het het verstandigst je te richten op een bezoekerscentrum voor ca 75.000 bezoekers per jaar. Hoe zich dat verhoudt tot afmetingen weet ik ook pas eind december. Als richtlijn zou je de omvang van het bezoekerscentrum HSL-Zuid bij Leiderdorp kunnen nemen of dat van de Noord-Zuid lijn in het CS te Amsterdam.
- is het restaurant + truckersvoorzieningen en tankstation te integreren is in het ontwerp/programma. ik heb begrepen dat al een keer een poging is gedaan ze te saneren!
Geen idee. De exacte plek waar het centrum komt hangt af van de plannen van aanpak van de aannemer straks. Ook van de keuzes die gemaakt worden voor de plaatsing van de zgn. werkketen voor de aannemer en de projectorganisatie.
- Wat is de voornaamste doelgroep volgens het Havenbedrijf?
o Havenpubliek;o Ingenieurs en bouwers;o Vakgenoten, nationaal en internationaal;o Wetenschappers;o Algemeen publiek;o Mogelijk ook startpunt voor excursies natuurliefhebbers
- wat zijn de voornaamste bezigheden in zo’n informatiecentrum? Exposities, videobeelden, havenbedrijf medewerkers, guided tours?
‘Bezoekerscentrum. De interesse in een communicatiemiddel als een informatiecentrum ligt met name bij hoog opgeleiden uit de Randstad hoog. 28 % is van plan het gebied te bezoeken tijdens de aanleg en 30 % heeft grote interesse in het bezoeken van het centrum. Daarvoor moet het centrum wel aan voorwaarden voldoen. Het moet attractief zijn, thematisch, belevinggericht, voorzien in voorlichting en informatie op algemeen/mavo niveau, open van woensdag t/m zondag, goede parkeervoorzieningen en aanlegplaats en horecavoorzieningen. Uit het onderzoek blijkt dat het centrum dan 50.000 bezoekers per jaar zal trekken vanuit stakeholders, omwonenden en geïnteresseerden. Tijdens thematische ‘open dagen’ wordt een veel breder publiek bereikt. Naast een vaste locatie verdient het aanbeveling te werken met een ontvangstkeet daar waar ‘het werk’ is voor excursies en aandacht voor het projectcentrum te vragen in bestaande informatiecentra en –locaties en door middel van een gericht uitnodigingsbeleid.’ Denk aan:oWelkomstbalie en leesgedeelteoVaste expositie oWisselexpositieoElementen uit de bouw die de beleving dichterbij brengen (grote schroeven, dingen die aannemers gebruiken)oFilmzaal (2) die tot 1 gemaakt kunnen worden – 1 voor 50 personen, 1 voor 25 personenoVerdiepingsgedeelte voor technische zakenoRuimte voor proeven doen (op jongeren gericht)oNatuurprojectendeel (in vaste expositie maar evt ook aparte hoek)oVergaderzaal voor 25 personen die gesplitst kan worden in 2o2 kleine kantoorruimtes voor vaste medewerkersoHorecavoorziening openbaaroPantry voor koffie etc voor medewerkersoWerkkasten en opslagruimteoToiletten (denk aan invaliden)oToegang geschikt voor invaliden
- wat voor m2 moeten we denken, hoe vaak verwachten jullie een piek moment per jaar en aan wat voor een bedrijven denken jullie die verhuurbare ruimte te verhuren.
Omdat we voor het einde van het jaar geen ‘hard’ beeld hebben van de omvang van het centrum, is het misschien het verstandigst je te richten op een bezoekerscentrum voor ca 75.000 bezoekers per jaar. Hoe zich dat verhoudt tot afmetingen weet ik ook pas eind december. Als richtlijn zou je de omvang van het bezoekerscentrum HSL-Zuid bij Leiderdorp kunnen nemen of dat van de Noord-Zuid lijn in het CS te Amsterdam. Piekmomenten zullen we zelf programmeren door gerichte publieksacties te ontwikkelen. We denken aan max 5 keer per jaar. De koppeling met de eerder genoemde evenementen ligt voor de hand. Verhuren zullen we alleen aan de horecaondernemer.
- In hoeverre is het mogelijk dichter bij de bedrijven te komen; staan de hekken er uit veiligheidsoverwegingen, privacy of puur grondeigendom? Vooral veiligheid. Het wordt niet mogelijk dichter bij de bedrijven te komen. - De haven en daardoor het havenbedrijf toont zich vooral een ’stoer’ en Rotterdams ‘karakter’, maar is op dit moment nog wel één van de overlastgevers op het gebied van milieu van Nederland. Zo overschrijdt het de norm van Fijn Stof klaarblijkelijk nog jaarlijks. Nu komt er op de 2de Maasvlakte tal van nieuwe bedrijven. Aan welke criteria moeten de nieuwe bedrijven (en de reeds bestaande op de eerste maasvlakte) aan voldoen om een plek te veroveren om zich te mogen vestigen? ‘Duurzame exploitatie belangrijk
Voor Maasvlakte 2 word nadrukkelijk gezocht naar klanten die hun activiteiten duurzaam exploiteren. Dat betekent dat bij de selectie niet alleen gekeken wordt naar financieel rendement, maar ook naar milieucomponenten als bijvoorbeeld luchtvervuiling en geluidsoverlast. Daarbij wordt verder gekeken dan de vestiging van de klant zelf. Vooral de verkeersbewegingen die de komst van de containerterminal met zich meebrengt worden meegewogen.De beoordelingscriteria voor de verschillende biedingen zijn opgebouwd uit vier categorieën: financieel (40%), strategie & marketing (25%), duurzaamheid (20%) en terminal concept (15%).
Duurzaamheid
Bij de beoordeling op ‘duurzaamheid’ wordt onder meer gekeken naar de verhouding waarin men lading via binnenvaart en rail naar het achterland vervoert ten opzichte van vervoer over de weg. Daarnaast worden de emissies van geluid, licht en luchtverontreiniging in kaart gebracht.
Terminal concept
In deze categorie spelen zaken als de productiviteit van de terminal, de efficiënte inrichting voor de afhandeling van de verschillende vervoersmodaliteiten en de keuze van ingezet materieel op de terminal een rol. De laatste heeft ook weer een belangrijke milieucomponent’.
- Heeft het havenbedrijf enige invloed op de huidige industrie die er op de eerste Maasvlakte zitten op het gebied van milieu en bedrijfsvoering?
Ja, wel enigszins. Maar de wettelijke eisen worden gesteld door de vergunningverlener (DCMR). We ondersteunen bedrijven om aan die eisen te kunnen voldoen, als we ze aantrekken. Maar ook op het moment als er overlast is bij de bevolking (terwijl de norm toch gehaald wordt), kijken we gezamenlijk of er mogelijkheden zijn die in alle redelijkheid door bedrijven kunnen worden getroffen.
- Na het doornemen van het havenplan 2020 ben ik weinig concrete oplossingen tegengekomen die ook daadwerkelijk de idealistische doelstellingen die het havenbedrijf zouden kunnen waarmaken. Ligt hier een plan voor en zijn er al manieren en wijzen gevonden om dit te bewerkstelligen? Zoja, zou hier dieper op ingegaan kunnen worden?
Welk deel noem je idealistisch ???? Volgens ons zijn ze realistisch. En we zijn er concreet mee aan de slag, met partners in de regio. De planvorming rond de verschillende trajecten wordt steeds concreter (zie o.a. Maasvlakte 2, projecten Bestaand Rotterdams Gebied (bv Landtong Rozenburg, Oostvoornse meer), waarvan al een deel gerealiseerd is en Stadshavens. Ook voor A15 lopen nu concretere studies om deze qua capaciteit en veiligheid ook voor 2020 op orde te krijgen. Ook op het gebied van duurzame haven kunnen wij bijvoorbeeld noemen: de oprichting van het Warmtebedrijf (levering restwarmte aan Hoogvliet), co-siting Kemira terrein, aantrekken biodieselfabriek etc. en de diverse studies die in het kader van ROM rijnmond plaatsvinden (“R3”).Deze vraag s.v.p. concreter stellen, want zo ruim kunnen we hem niet beantwoorden.
- Zoals gezegd in een lezing door Isabella de Vries is groen uit den boze voor de Maasvlakte wegens het ontstaan van mogelijke Flora en Fauna in het gebied dat de uitbreiding van de tweede Maasvlakte zou tegen kunnen gaan. Nu wordt er gesproken dat mogelijk het Sluftergebied ook een natuurgebied kan gaan worden als er geen hergebruik functie ontstaat voor het materiaal van de Slufter. Komt het natuur dan niet te dichtbij en vormt een direct “gevaar”?
Nou,natuur is absoluut niet uit den boze ! Dit is niet zo gezegd. Het is alleen op terreinen die nog verhuurd moeten worden uit den boze, omdat je allemaal met ingewikkelde compensatieregelingen zit (Flora en Fauna Wet). Vandaar dat we zeggen: natuur liever reguleren op die plekken waar het wel kan (aan de rand, bij het Oostvoornse Meer, Sluftergebied, etc), en niet op nog uit te geven terreinen die geschikt zijn voor commerciële functies. We voeren daarvoor een actief natuurbeleid. Overigens zouden we best natuur op deze (nog uit te geven terreinen) toe willen staan, maar dan moet wel de wetgeving worden veranderd. Dus het is meer een juridische kwestie dan dat we zelf tegen natuurontwikkeling zijn.